ECLI:NL:GHAMS:2020:818
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs doodsoorzaak en betrokkenheid verdachte bij overlijden slachtoffer
Op 29 juli 2012 werd het levenloze lichaam van het slachtoffer aangetroffen in een kajuitbootje te Amsterdam met diverse letsels. Verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met voorbedachten rade te hebben gedood door samendrukkend geweld.
In hoger beroep werd uitgebreid deskundigenonderzoek verricht door forensisch pathologen en artsen, die uiteenlopende conclusies trokken over de doodsoorzaak. Sommige deskundigen stelden dat de letsels mogelijk door wurging of samendrukkend geweld konden zijn veroorzaakt, anderen konden geen definitieve doodsoorzaak vaststellen en wezen op plausibele niet-criminele oorzaken zoals vallen.
Het hof oordeelde dat ondanks verdachte omstandigheden en de relatie tussen verdachte en slachtoffer, niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het overlijden het gevolg was van door een ander gepleegd geweld. De verdachte werd daarom vrijgesproken van de tenlastelegging.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden. Het hof bepaalde dat inbeslaggenomen goederen bewaard blijven ten behoeve van rechthebbenden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het slachtoffer door geweld heeft doen overlijden.