Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
3.Beslissing
- in rechtsoverweging 2.21 de witgouden broche aan [erfgenaam B] wordt toegedeeld;
- in rechtsoverweging 2.22 de overbedeling van [erfgenaam A] wordt vastgesteld op € 6.960,-, te voldoen aan [erfgenaam B] ;
- in rechtsoverweging 2.25 de vordering van de nalatenschap op [erfgenaam B] wordt vastgesteld op € 19.730,- en de vordering van de nalatenschap op [erfgenaam A] wordt vastgesteld op een bedrag van € 92.424,35 en dat ieder gerechtigd is tot de helft van het totaal van deze vorderingen;
- in rechtsoverweging 2.28 is overwogen dat de omvang van de nalatenschap niet kan worden vastgesteld;