ECLI:NL:GHAMS:2021:1120

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2021
Publicatiedatum
21 april 2021
Zaaknummer
23-002705-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor besturen motorrijtuig met ongeldig verklaard rijbewijs

De zaak betreft een hoger beroep tegen een eerdere veroordeling voor het besturen van een motorrijtuig terwijl het rijbewijs ongeldig was verklaard. De politierechter veroordeelde verdachte tot tien dagen gevangenisstraf, welke straf door het hof werd bevestigd in hoger beroep. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.

Tijdens de terechtzitting op 7 april 2021 heeft het hof het bewijs opnieuw gewogen. De tenlastelegging hield in dat verdachte op 24 februari 2015 te Purmerend een personenauto bestuurde terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs categorie B ongeldig was verklaard en hij geen ander geldig rijbewijs had.

Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De advocaat-generaal had ook gevorderd tot vrijspraak. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 april 2021.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij met een ongeldig verklaard rijbewijs een motorrijtuig bestuurde.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002705-19
datum uitspraak: 7 april 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 9 juli 2019 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 januari 2017 in de strafzaak onder parketnummer 96-188879-16 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
adres: [adres].

Procesgang

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het tenlastegelegde
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien dagen.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 13 maart 2018 het vonnis vernietigd
en opnieuw recht gedaan en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien dagen.
Tegen voormeld arrest van het gerechtshof is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 9 juli 2019 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad, deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is, na terugwijzing, gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 april 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 24 februari 2015 te Purmerend terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Australiëlaan, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mr. S. Clement, mr. P.C. Römer en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
7 april 2021.
Mr. P.C. Römer en mr. A.W.T. Klappe zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.