ECLI:NL:GHAMS:2021:1157
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hof bekrachtigt verdeling huwelijksgoederen en wijst vordering voorhuwelijkse schuld af
Partijen zijn in 2016 in Turkije gehuwd en het huwelijk is in 2019 ontbonden. Het geschil betreft de verdeling van inboedelgoederen en een vordering van de vrouw van €6.000,- wegens betaling van een voorhuwelijkse schuld van de man uit haar privévermogen.
De rechtbank had de inboedel verdeeld en het verzoek van de vrouw afgewezen. De vrouw stelde dat alleen na het huwelijk aangeschafte goederen verdeeld mochten worden en dat zij een vordering had wegens aflossing van de voorhuwelijkse schuld van de man. De man betwistte dit en stelde dat de goederen gezamenlijk waren aangeschaft en dat het geld dat de vrouw betaalde afkomstig was van schenkingen bij de bruiloft.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat bepaalde goederen buiten de gemeenschap vielen en dat zij onvoldoende feiten had gesteld om aan te tonen dat zij vanuit haar privévermogen de schuld van de man had betaald. De stellingen van de man werden gemotiveerd betwist en de vrouw kon geen verdere onderbouwing leveren. Daarom faalden haar grieven en werd de beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens onvoldoende onderbouwing van haar vorderingen.