Uitspraak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Aanvulling bewijsmiddelen
verdachte:
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 juni 2020. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken voor bepaalde tenlasteleggingen en partieel vrijgesproken voor vernieling van kentekenplaten. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen deze vrijspraken, omdat hoger beroep tegen beschermde vrijspraak niet mogelijk is volgens artikel 404 lid 5 Sv Pro.
Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank. Het hof voegde enkele aanvullingen toe aan de bewijsmiddelen, waaronder correcties in datum en paginanummers en een extra proces-verbaal van verhoor. Tevens hield het hof rekening met een recent reclasseringsrapport van augustus 2020 waarin een onvoorwaardelijke ISD-maatregel werd geadviseerd.
De verdachte werd aangehouden op het station te Zaandam op 9 december 2019, waar hij werd betrapt op het gooien van stenen. De verklaring van verdachte werd als bewijs meegenomen. Het hof zag geen aanleiding om af te wijken van de strafoplegging van de rechtbank en bevestigde het vonnis in alle aan het hof voorgelegde onderdelen.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 januari 2021. Mr. Geelhoed was verhinderd mede te ondertekenen. Dit arrest vormt de afronding van het hoger beroep in deze strafzaak.
Uitkomst: Het hof verklaart verdachte deels niet-ontvankelijk in hoger beroep en bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige met aanvullingen.