ECLI:NL:GHAMS:2021:120

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 januari 2021
Publicatiedatum
26 januari 2021
Zaaknummer
23-001232-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis rechtbank en deels niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in vernielingszaak

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 juni 2020. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken voor bepaalde tenlasteleggingen en partieel vrijgesproken voor vernieling van kentekenplaten. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen deze vrijspraken, omdat hoger beroep tegen beschermde vrijspraak niet mogelijk is volgens artikel 404 lid 5 Sv Pro.

Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank. Het hof voegde enkele aanvullingen toe aan de bewijsmiddelen, waaronder correcties in datum en paginanummers en een extra proces-verbaal van verhoor. Tevens hield het hof rekening met een recent reclasseringsrapport van augustus 2020 waarin een onvoorwaardelijke ISD-maatregel werd geadviseerd.

De verdachte werd aangehouden op het station te Zaandam op 9 december 2019, waar hij werd betrapt op het gooien van stenen. De verklaring van verdachte werd als bewijs meegenomen. Het hof zag geen aanleiding om af te wijken van de strafoplegging van de rechtbank en bevestigde het vonnis in alle aan het hof voorgelegde onderdelen.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 januari 2021. Mr. Geelhoed was verhinderd mede te ondertekenen. Dit arrest vormt de afronding van het hoger beroep in deze strafzaak.

Uitkomst: Het hof verklaart verdachte deels niet-ontvankelijk in hoger beroep en bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige met aanvullingen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001232-20
datum uitspraak: 26 januari 2021
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 2 juni 2020 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-294227-19, 15-263423-19, 15-277506-19, alsmede 13-701275-18 (TUL) en 15-187708-19 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992,
adres: [adres]

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 15-277506-19 onder 3 is tenlastegelegd. Voorts heeft de rechtbank de verdachte partieel vrijgesproken ten aanzien van de in de zaak met datzelfde parketnummer onder 1 ten laste gelegde vernieling van de kentekenplaten van respectievelijk [naam 1] en [naam 2]. Het hof is van oordeel dat dit een beschermde vrijspraak is.
Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open.
Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken van hetgeen in de zaak met parketnummer 15-277506-19 onder 1 (voor zover betrekking hebbende op het vernielen van de kentekenplaten van respectievelijk [naam 1] en [naam 2]) en onder 3 ten laste gelegde.
Al hetgeen hierna wordt overwogen heeft dan ook uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen aanvult in na te noemen zin.
Voorts heeft het hof in het kader van de strafmaat acht geslagen op een recent reclasseringsrapport van 19 augustus 2020, waarin de reclassering wederom een onvoorwaardelijke ISD-maatregel adviseert. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er geen aanleiding is om te komen tot een andere strafoplegging dan de eerste rechter.

Aanvulling bewijsmiddelen

De door de rechtbank in de Bijlage bij het vonnis gebezigde bewijsmiddelen (blad 9-13 van het vonnis) worden aangevuld in de navolgende zin:
- aan bewijsmiddel I (blad 9) wordt in de eerste regel na het woord ‘[woord 1]’ toegevoegd het woord ‘[woord 2]’;
- in bewijsmiddel III (blad 10) wordt in de derde regel in plaats van ‘doorgenummerde pagina 5’ gelezen ‘doorgenummerde pagina’s 10-11’;
- het volgende bewijsmiddel wordt toegevoegd ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-294227-19 bewezenverklaarde:
V-a: Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer PL1100-2019236871-10 van 9 december 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] (doorgenummerde pp. 29-34).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven, als de op voornoemde datum tegenover verbalisant afgelegde verklaring van de
verdachte:
Ik ben aangehouden op het treinstation in Zaandam (het hof begrijpt: op maandag 9 december 2019).
V: Volgens de getuige was u met stenen aan het gooien. Wat kunt u daarover verklaren?
A: Ja dat beken ik wel
V: Weet u nog waar dit was?
A: Dit was op het station.
V: Waar had u die stenen vandaan gehaald?
A: Wat ik mij kan herinneren waren daar bouwwerkzaamheden.
- in bewijsmiddel XII (blad 13) wordt in de tweede regel in plaats van ’18 mei 2020’ gelezen ’19 mei 2020’;
- in bewijsmiddel XV (blad 13) wordt in de tweede regel in plaats van ’18 mei 2020’ gelezen ’19 mei 2020’.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 15-277506-19 onder 1 (voor zover betrekking hebbende op het vernielen van de kentekenplaten van respectievelijk [naam 1] en [naam 2]) en onder 3 ten laste gelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van mr. E.C. van der Drift, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 januari 2021.
Mr. Geelhoed is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]