ECLI:NL:GHAMS:2021:1202
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing van minderjarige kinderen in gezinshuis
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [kind 1] en [kind 2], in een gezinshuis. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van deze machtiging, stellende dat zij inmiddels een veilige en stabiele thuissituatie kan bieden en dat de hulpverlening onvoldoende is geweest. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren de verlenging vanwege aanhoudende zorgen.
De feiten tonen aan dat de kinderen sinds 2014 hulp ontvangen en getraumatiseerd zijn door huiselijk geweld. De moeder heeft diverse hulpverleningstrajecten doorlopen, maar heeft nog onvoldoende vaardigheden ontwikkeld om de kinderen een veilige en gestructureerde omgeving te bieden. De kinderen verblijven sinds april 2020 in een gezinshuis waar zij rust en structuur ervaren, en zijn gestart met traumatherapie.
Tijdens de zitting is gebleken dat de situatie van de moeder is verslechterd, met meldingen van huiselijk geweld en incidenten waarbij politie en Koninklijke Marechaussee betrokken waren. De moeder kampt met psychische problemen en staat nog op een wachtlijst voor psychiatrische hulp. Het hof oordeelt dat de verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen.
De grief van de moeder dat de GI onvoldoende heeft geïnvesteerd in terugplaatsing wordt verworpen, evenals haar stelling dat de gezinshuismoeder onvoldoende beschikbaar zou zijn. De omgangsregeling wordt niet beoordeeld. De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in het gezinshuis wordt verlengd tot 18 februari 2021.