ECLI:NL:GHAMS:2021:1204
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.F. Miedema
- J. Jonkers
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing uitvoerbaarheid kinderbijdrage bij hoger beroep
In deze civiele zaak betreft het een incident tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een beschikking over de kinderbijdrage ten behoeve van een minderjarige uit een verbroken relatie. De man is in hoger beroep gekomen tegen een eerdere beschikking waarin hij werd veroordeeld tot betaling van €100 per maand.
De man stelt dat hij slechts een minimale draagkracht van €25 per maand heeft en dat uitvoering van de beschikking hem in een financiële noodtoestand zal brengen. Hij heeft als zzp'er in de zorg een laag inkomen en ontvangt een Tozo-uitkering. De vrouw betwist dit en wijst op het ontbreken van voldoende bewijs voor de financiële situatie van de man.
Het hof overweegt dat het uitgangspunt is dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, ook tijdens hoger beroep uitgevoerd kan worden. Afwijking hiervan kan alleen bij een kennelijke misslag of zwaarder belang van de verzoeker. Het hof constateert dat de man onvoldoende stukken heeft overgelegd om een kennelijke misslag aan te tonen of zijn financiële noodtoestand aannemelijk te maken.
Daarom weegt het belang van de vrouw bij directe betaling van de kinderbijdrage zwaarder dan het belang van de man bij schorsing. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de kinderbijdrage af wegens onvoldoende onderbouwing van financiële noodsituatie.