ECLI:NL:GHAMS:2021:1399
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep zorgregeling kinderen na echtscheiding afgewezen wegens onrust en veiligheid
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter waarin een zorgregeling is vastgesteld waarbij zij eenmaal per veertien dagen gedurende twee uur onder professionele begeleiding omgang heeft met haar kinderen, die sinds 2018 bij de man verblijven. De vrouw verzocht om een co-ouderschapsregeling met een wisselende verblijfsweek en overdracht op vrijdagmiddag, maar dit werd afgewezen.
De vrouw stelde dat de onrust rond haar thuissituatie was afgenomen en dat de begeleide omgang goed verliep, terwijl de man en de gezinsmanager stelden dat er nog steeds politie-incidenten en onrust waren die uitbreiding van de zorgregeling onmogelijk maakten. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde bekrachtiging van de beschikking en benadrukte het belang van het volgen van hulpverleningsadviezen.
Het hof concludeerde dat hoewel de kinderen hun moeder missen en de vrouw goede intenties heeft, de veiligheid en rust voor de kinderen voorop staan. Gezien de vele politie-meldingen, onrust en het risico op onveilige situaties acht het hof een uitbreiding van de zorgregeling niet in het belang van de kinderen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vrouw wordt verworpen en de zorgregeling blijft beperkt tot twee uur per veertien dagen onder begeleiding.