ECLI:NL:GHAMS:2021:1619

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2021
Publicatiedatum
3 juni 2021
Zaaknummer
23-004321-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling ontnemingsbedrag na meervoudige diefstal met toepassing helingswaarde

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake meervoudige diefstal en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en een nieuwe beslissing genomen.

De rechtbank had eerder een ontnemingsvordering van € 8.497,00 opgelegd, gebaseerd op de dagwaarde van de gestolen goederen. Het hof overwoog echter dat de helingswaarde, zijnde 25% van de dagwaarde, een beter uitgangspunt is gezien de gebruikte aard van de goederen zonder accessoires en verpakking.

Het hof paste deze helingswaarde toe en corrigeerde tevens de aantallen gestolen cd-spelers, waardoor het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op € 2.124,25. Op grond hiervan werd de ontnemingsverplichting aan de betrokkene vastgesteld op € 2.124,00.

Daarnaast bepaalde het hof de maximale duur van gijzeling op 42 dagen. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 juni 2021.

Uitkomst: Betrokkene is veroordeeld tot betaling van € 2.124,00 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004321-19
datum uitspraak: 3 juni 2021
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen
het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2019 op de vordering van het
openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak
met nummer 13-179035-19 tegen de betrokkene
[verdachte],
geboren te [geboortedatum] (Suriname) op [geboortedag] 1982,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Zaanstad te Westzaan.

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van € 10.147,00 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2019 -kort gezegd- veroordeeld ter zake van diefstal meermalen gepleegd en lokaalvredebreuk in vereniging.
Voorts heeft de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 12 november 2019 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van € 8.497,00 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 juni 2021 veroordeeld terzake
van -kort gezegd- diefstal meermalen gepleegd.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 november 2020 en 20 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid,
van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de betrokkene
de verplichting wordt opgelegd tot betaling van € 8.497,00 - de dagwaarde van de gestolen voorwerpen - aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De raadsman heeft bepleit om de helingswaarde te hanteren.
Het hof overweegt als volgt.
Voorop staat dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit de strafbare feiten ter zake waarvan hij bij arrest van 3 juni 2021 is veroordeeld. Bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal het hof, anders dan door het openbaar ministerie is betoogd en conform het pleidooi van de raadsman, als uitgangspunt de helingswaarde hanteren, omdat de ervaring leert dat gestolen elektronica op de helersmarkt voor een aanzienlijk lagere waarde pleegt te worden verhandeld. Dit klemt temeer, omdat het in het onderhavige geval gaat om gebruikte goederen zonder accessoires en verpakking. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarom geschat op 25% van de dagwaarde van de gestolen artikelen.
Met betrekking tot feit 2 stelt het hof vast dat de vordering van € 7.250,00 bestond uit
€ 4.950,00 voor zes cd-spelers en € 2.300,00 voor twee mengpanelen. Aangezien onder dit feit de diefstal van niet zes maar vier cd-spelers is bewezen verklaard, wordt het genoemde bedrag dienovereenkomstig verlaagd.
Het hof komt tot de volgende berekening:
Feit 1: € 2.897,00 x 25% = € 724,25
Feit 2: € 5.600,00 x 25% = € 1.400,00
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel: € 2.124,25
Het hof ontleent deze schatting aan de inhoud van de bewijsmiddelen en op de door het openbaar ministerie overgelegde en overigens niet althans onvoldoende bestreden onderbouwing van de ontnemingsvordering.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aan de betrokkene dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel,
de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.124,00.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van €
2.124,00 (tweeduizend honderdvierentwintig euro).
Legt de betrokkene de verplichting op tot
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 2.124,00 (tweeduizend honderdvierentwintig euro).
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 42 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. S. Clement en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van
mr. A.S. de Bruin, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 juni 2021.
Mr. Jurgens en mr. Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]