ECLI:NL:GHAMS:2021:1974
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling vader met kinderen onder voorwaarde van blaastest en hulpverlening
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen de vader en zijn twee jonge kinderen centraal. De moeder heeft het gezag en verzoekt om een omgangsregeling waarbij de vader onder begeleiding of na een negatieve blaastest omgang kan hebben, vanwege zijn alcoholprobleem en onregelmatig gedrag. De vader ontkent dat hij onder invloed was tijdens de omgangsmomenten en is bereid een blaastest af te leggen.
Het hof overweegt dat het belang van de kinderen voorop staat en dat omgang slechts kan worden ontzegd bij ernstig nadeel of ongeschiktheid. De raad voor de Kinderbescherming adviseert hulpverlening en het opstellen van duidelijke afspraken. Partijen zijn bereid tot medewerking aan een hulpverleningstraject.
Het hof vernietigt het eerdere besluit en bepaalt dat de vader wekelijks op zondagochtend omgang heeft bij de moeder, mits hij vooraf een blaastest ondergaat die negatief is. Bij een positieve test vindt die week geen omgang plaats. De moeder zal de aanmelding bij het Centrum voor Jeugd en Gezin voortzetten om tot een passende regeling te komen. De kosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof stelt een wekelijkse omgangsregeling vast onder de voorwaarde van een negatieve blaastest en start van een hulpverleningstraject.