Op 2 februari 2017 mishandelde de verdachte het slachtoffer door zijn nagels in diens gezicht te drukken en diens arm tegen een deurstijl van een auto te zetten, waarbij het slachtoffer pijn en letsel opliep. Dit gebeurde tijdens een conflict over een financiële kwestie.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf, maar stelde hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis en oordeelde dat de mishandeling wettig en overtuigend bewezen was, met voorwaardelijk opzet op het toebrengen van pijn en letsel. De verklaring van de verdachte dat het letsel per ongeluk was toegebracht, werd verworpen.
Het hof hield rekening met eerdere geweldsveroordelingen van de verdachte en de ernst van het feit, maar ook met het feit dat het incident ruim 4,5 jaar geleden plaatsvond en het conflict was bijgelegd. De opgelegde straf is een voorwaardelijke taakstraf van 30 uren met een proeftijd van twee jaar. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke geldboete werd afgewezen omdat het feit buiten de proeftijd viel.