ECLI:NL:GHAMS:2021:2106
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie nihil gesteld met ingang van 11 juli 2019 na herziening alimentatiebeschikking
Het geschil betreft de partneralimentatie die [verzoeker] aan [verweerder] moet betalen na hun echtscheiding in 2017. De rechtbank had bepaald dat [verzoeker] € 500 per maand aan partneralimentatie moest voldoen, verhoogd naar € 546,51 per maand vanaf 2021. [Verzoeker] stelde dat deze beschikking van aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven voldeed omdat deze niet was gebaseerd op concrete financiële gegevens.
In hoger beroep heeft het hof overwogen dat de enkele omstandigheid dat de alimentatie niet op concrete gegevens was vastgesteld, niet automatisch betekent dat de beschikking onwettig was. Wel oordeelde het hof dat de rechtbank was uitgegaan van onjuiste en onvolledige gegevens, aangezien [verzoeker] al jaren een AOW-uitkering ontving en geen aanvullende inkomsten had, hetgeen onvoldoende was weersproken door [verweerder].
Het hof stelde vast dat [verzoeker] vanaf 6 september 2017 op de hoogte was van de alimentatieverplichting, maar dat het verzoek tot wijziging pas op 11 juli 2019 werd ingediend. De ingangsdatum van de wijziging werd daarom op deze datum vastgesteld. Verder werd de behoefte van [verweerder] beoordeeld aan de hand van de hofnorm, waarbij werd geconcludeerd dat hij geen aanvullende behoefte had vanwege zijn eigen uitkeringen en salaris.
De bestreden beschikking werd vernietigd en de partneralimentatie werd met ingang van 11 juli 2019 op nihil gesteld. Een terugbetalingsverplichting werd uitgesloten omdat slechts een gering bedrag was geïnd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt met ingang van 11 juli 2019 op nihil gesteld.