ECLI:NL:GHAMS:2021:2154
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor onrechtmatige vrijheidsbeneming bij gedeeltelijke tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
Verzoeker werd bij arrest van het hof veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden die dadelijk uitvoerbaar werden verklaard. Na het niet nakomen van deze voorwaarden werd de voorwaardelijke straf gedeeltelijk ten uitvoer gelegd en verbleef verzoeker 60 dagen in detentie.
De Hoge Raad vernietigde later het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden, waardoor de detentie achteraf onrechtmatig bleek. Verzoeker vroeg op grond van artikel 537 Sv Pro een schadevergoeding voor deze onrechtmatige vrijheidsbeneming.
Het hof oordeelde dat artikel 537 Sv Pro geen grondslag biedt voor vergoeding in een situatie van gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf met dadelijk uitvoerbare bijzondere voorwaarden. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Hoewel het hof erkende dat de vrijheidsbeneming onrechtmatig was, ziet het geen wettelijke bevoegdheid voor vergoeding in deze casus. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 29 juni 2021.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding voor onrechtmatige vrijheidsbeneming.