ECLI:NL:GHAMS:2021:2157
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen raadsheer tijdens uitspreken arrest niet-ontvankelijk verklaard
Op 17 december 2020 vond de mondelinge behandeling van de hoofdzaak plaats, waarna het onderzoek op 5 januari 2021 werd gesloten. Op 19 januari 2021 sprak de raadsheer het arrest uit in hoger beroep. Tijdens het uitspreken van dit arrest verzocht de verzoeker om wraking van de raadsheer, stellende dat deze het dossier niet had gelezen en getuigenverzoeken had afgewezen.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, omdat het onderzoek op 5 januari was gesloten en het arrest op 19 januari al gereed en ondertekend was. Op het moment van het wrakingsverzoek waren er geen rechters meer die de zaak behandelden in de zin van artikel 512 Sv Pro, waardoor het verzoek als tardief werd beschouwd.
Daarom stelde de wrakingskamer het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling en zag af van een inhoudelijke beoordeling. De verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid om tegen het arrest in de hoofdzaak een rechtsmiddel in te stellen.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit H.M.J. Quaedvlieg, J.F. Aalders en S.M.M. Bordenga, in aanwezigheid van griffier D. Boessenkool.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.