ECLI:NL:GHAMS:2021:2184
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet-effectief tegenonderzoek bij rijden onder invloed van cannabis
Op 8 maart 2019 werd verdachte aangehouden na een positieve speekseltest op cannabis tijdens een verkeerscontrole in Amsterdam. Verdachte gaf toestemming voor bloedafname, waarbij een THC-gehalte van 4,1 microgram per liter werd vastgesteld, hoger dan de wettelijke grenswaarde. Verdachte liet vervolgens twee tegenonderzoeken uitvoeren door een geaccrediteerd laboratorium (UMCG), die echter verschillende en uiteindelijk ingetrokken resultaten opleverden.
Omdat na deze onderzoeken onvoldoende bloed overbleef om een nieuw tegenonderzoek te verrichten, kon verdachte zijn recht op tegenonderzoek niet effectief effectueren. Het hof oordeelde dat zonder een effectief tegenonderzoek geen sprake was van een wettig onderzoek in de zin van artikel 8, vijfde lid, WVW 1994. Hierdoor kon het oorspronkelijke bloedonderzoek niet als bewijs dienen.
De advocaat-generaal had een veroordeling gevorderd, stellende dat het recht op tegenonderzoek was gewaarborgd. De verdediging betoogde dat het ontbreken van een betrouwbaar tegenonderzoek het bewijs onbruikbaar maakte. Het hof volgde de verdediging en sprak verdachte vrij wegens onvoldoende wettig bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een effectief tegenonderzoek waardoor het bloedonderzoek niet als wettig bewijs geldt.