De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor woninginbraak en diefstal waarbij hij waardevolle goederen en bankpassen met pincodes meenam. Met deze passen werden drie pintransacties gedaan. De politierechter legde een gevangenisstraf van 60 dagen op, waarvan 42 voorwaardelijk, en een taakstraf van 60 uur.
Het gerechtshof vernietigde het vonnis in hoger beroep en stelde de straf vast op 60 dagen gevangenisstraf, waarvan 42 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 120 uur. De Hoge Raad vernietigde het arrest echter wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug.
Na terugwijzing heeft het hof opnieuw recht gedaan en de straf aangepast naar 60 dagen gevangenisstraf, waarvan 42 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 80 uur. Het hof vond bijzondere voorwaarden niet meer noodzakelijk gezien de verbeterde situatie van de verdachte. De straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en de impact van woninginbraak op slachtoffers.