In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam is de verdachte veroordeeld voor het bezit van een geladen vuurwapen op de openbare weg. Het hof acht de verklaring van de verdachte over het vuurwapen ongeloofwaardig en benadrukt de risico's en maatschappelijke onveiligheid die gepaard gaan met vuurwapenbezit.
Het hof legt een gevangenisstraf van acht maanden op, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn gezinssituatie en het feit dat hij sinds 2009 niet meer met justitie in aanraking is geweest.
Ten aanzien van het inbeslaggenomen busje pepperspray met een verlopen houdbaarheidsdatum oordeelt het hof dat dit niet vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat het niet voldoet aan de wettelijke criteria. De verdachte heeft aangegeven het busje niet terug te willen, maar het hof kan het niet vernietigen en beveelt bewaring ten behoeve van de rechthebbende.
Het arrest bevestigt het vonnis van de rechtbank voor het overige en wijzigt de strafoplegging en de beslissing over de pepperspray. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.