ECLI:NL:GHAMS:2021:2360
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige na gezagsgeschil
Het geschil betreft de verlenging van een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren uit een huwelijk tussen een Ierse moeder en een Jamaicaanse vader. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit volgens Iers recht, maar de Nederlandse rechter heeft rechtsmacht toegewezen en Nederlands recht toegepast.
De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn ingesteld vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie, waaronder het verleden van de moeder met mishandeling van haar andere kinderen in Ierland en het ontbreken van een stabiele woon- en leefsituatie. De ouders hebben onvoldoende medewerking verleend aan noodzakelijke hulpverlening en omgang met de minderjarige.
De moeder betoogde dat er geen ernstige bedreiging was en dat de ouders openstaan voor gezinshereniging en begeleiding, maar het hof oordeelde dat de omstandigheden en het gebrek aan erkenning van zorgen door de ouders de verlenging rechtvaardigen. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming onderschreven dit standpunt.
Het hof bekrachtigde daarom de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 3 mei 2021, waarbij het belang van de minderjarige en haar ontwikkeling voorop staat, mede gelet op het recht op eerbiediging van het gezinsleven en de noodzaak van bescherming.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 3 mei 2021.