ECLI:NL:GHAMS:2021:2390
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijspraak computervredebreuk wegens ontbreken wederrechtelijk binnendringen
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2019 bevestigd, waarin verdachte werd vrijgesproken van computervredebreuk. Het openbaar ministerie had een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf geëist, maar het hof volgde de verdediging en de rechtbank in het oordeel dat het ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden.
Het hof paste de motivering van de rechtbank aan door te benadrukken dat het openbaar ministerie onvoldoende onderzoek had verricht naar het gezamenlijk gebruik van het betrokken e-mailaccount door medewerkers van de betreffende instantie. Dit ontbrak aan bewijs voor het wederrechtelijk binnendringen, hetgeen essentieel is voor een veroordeling op grond van artikel 138ab Sr.
De verklaring van de verdachte over het gebruik van het account stond tegenover die van de aangever en een getuige, waarbij het hof oordeelde dat nader onderzoek door het OM noodzakelijk was geweest om duidelijkheid te verkrijgen. Omdat dit onderzoek ontbrak, kon het hof niet anders dan de vrijspraak bevestigen.
De vordering van de benadeelde partij werd niet meer in behandeling genomen omdat deze zich in hoger beroep niet had gevoegd. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het hof op 28 juli 2021.
Uitkomst: Vrijspraak van computervredebreuk wegens ontbreken van wederrechtelijk binnendringen.