ECLI:NL:GHAMS:2021:2415
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gezag bij moeder na jarenlange communicatieproblemen, beperkte omgangsregeling vader
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezag en de omgangsregeling van hun twee minderjarige kinderen na een echtscheiding. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de moeder het eenhoofdig gezag gegeven, terwijl de zorg- en omgangsregeling werd beëindigd zonder nieuwe omgangsregeling.
De vader kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht het gezamenlijk gezag te behouden en een omgangsregeling vast te stellen. De moeder stelde dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord was en dat het in het belang van de kinderen was dat de moeder het gezag alleen bleef uitoefenen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens de beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet meer mogelijk was vanwege het langdurige conflict en het ontbreken van communicatie, waardoor het belang van de kinderen beter gediend was met eenhoofdig gezag bij de moeder. Tegelijkertijd achtte het hof het belangrijk dat de kinderen contact houden met beide ouders. Daarom stelde het hof een beperkte omgangsregeling vast, waarbij de vader onder begeleiding van het Ouder en Kindteam het contact met de kinderen moet herstellen en opbouwen.
De omgangsregeling start met een zondagmiddag per vier weken en kan na drie keer worden uitgebreid naar een zondagmiddag per twee weken. Het hof wees het verzoek van de vader tot aanhouding af en bepaalde dat de kinderen rechtstreeks worden geïnformeerd over de beslissing. De beschikking werd in zoverre gewijzigd en anderszins bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag bij de moeder en stelt een beperkte, opbouwende omgangsregeling voor de vader vast onder begeleiding van het Ouder en Kindteam.