ECLI:NL:GHAMS:2021:2509

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2021
Publicatiedatum
17 augustus 2021
Zaaknummer
23-001439-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken overtuigend bewijs inrijden op agent met scooter

Op 29 april 2020 werd verdachte beschuldigd van het opzettelijk met een motorscooter inrijden op een ambtenaar in functie, een politieagent, in Alkmaar. De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf gevorderd. De verdachte ontkende de tenlastelegging en stelde dat hij juist werd omvergeduwd toen hij probeerde weg te rijden.

Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en het bewijs opnieuw gewogen. Uit de verklaringen van de agent en verdachte blijkt een conflict, maar het hof is niet overtuigd dat verdachte daadwerkelijk heeft ingereden of aangereden. Het bewijs is onvoldoende om schuld vast te stellen.

Daarom sprak het hof de verdachte vrij van zowel het primaire als subsidiaire tenlastegelegde. De zaak betrof een bedreigende situatie, maar het ontbreken van ondubbelzinnig bewijs leidde tot vrijspraak. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 augustus 2021.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs dat hij met de scooter op de agent is ingereden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001439-20
datum uitspraak: 11 augustus 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 juni 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-123689-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft bij akte van 3 juli 2020 beperkt hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, namelijk enkel voor zover dit ziet op de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

Nu het hoger beroep beperkt is ingesteld, heeft het hof enkel te oordelen over feit 1. De beslissing met betrekking tot feit 2 en daaraan verwante beslissingen, waaronder de geheel toewijzende beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde], zijn in hoger beroep, zoals ter terechtzitting besproken, niet meer aan de orde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover nog aan de orde in hoger beroep – ten laste gelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 29 april 2020 te Alkmaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een ambtenaar, [benadeelde], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een motorscooter op die [benadeelde] is ingereden/tegen die [benadeelde] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 29 april 2020 te Alkmaar, een ambtenaar, [benadeelde], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft mishandeld door met een motorscooter op die [benadeelde] in/tegen die [benadeelde] aan te rijden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, hoewel het hof tot dezelfde beslissing ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde komt als de politierechter, evenwel op grond van een iets andere motivering.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.
De raadsman heeft ter terechtzitting verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde omdat het ondubbelzinnig bewijs dat verdachte met de scooter op verbalisant [benadeelde] is ingereden ontbreekt.
Vooropgesteld wordt dat de situatie waarin [benadeelde] zich op 29 april 2020 bevond, zeer bedreigend en onaangenaam is geweest; dat volgt zonder meer uit de verklaringen. [benadeelde] heeft op 30 april 2020 aangifte gedaan, aangevuld op 1 mei 2020, waarin hij – kort gezegd – verklaart dat de verdachte met de scooter op hem is ingereden en tegen hem is aangereden. Daartegenover staat de ontkennende verklaring van de verdachte inhoudende dat hij op de scooter zat en ermee weg wilde rijden, maar dat hij toen hij optrok onmiddellijk omver werd geduwd door [benadeelde]. Het hof heeft aan de hand van de inhoud van het wettig bewijs niet de overtuiging bekomen dat de verdachte heeft ingereden op [benadeelde] dan wel voornoemde [benadeelde] heeft aangereden, zodat de verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. J.W.P. van Heusden en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2021.
mr. J.W.P. van Heusden en mr. B.A.A. Postma zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.