ECLI:NL:GHAMS:2021:2513

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2021
Publicatiedatum
17 augustus 2021
Zaaknummer
23-002469-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis hennepkwekerij met nadere overweging over bewijs kweekruimte

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat verdachte schuldig is aan het kweken van hennepplanten. De zaak betreft de vondst van hennepkwekerijen in twee ruimtes. De advocaat-generaal vorderde een veroordeling voor het kweken van 86 hennepplanten in beide kweekruimtes, onderbouwd met foto’s van lege potten en hennepafval.

Het hof heeft echter geoordeeld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de aanwezigheid van hennepplanten in de tweede kweekruimte gedurende de ten laste gelegde periode. Hierdoor is het bewijs voor die ruimte niet toereikend om een veroordeling te rechtvaardigen.

De rest van het vonnis van de politierechter blijft ongewijzigd en wordt bevestigd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 augustus 2021, waarbij twee rechters niet konden ondertekenen.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter en oordeelt dat onvoldoende bewijs bestaat voor hennepkweek in de tweede ruimte.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002469-20
datum uitspraak: 11 augustus 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 oktober 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-201926-20 en 15-020333-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met dien verstande dat het hof de volgende overweging toevoegt:
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het kweken van in totaal 86 hennepplanten, omdat er wat de advocaat-generaal betreft voldoende bewijs is voor de kweek van hennepplanten in ‘kweekruimte 1’
enin ‘kweekruimte 2’. De advocaat-generaal wijst in dat verband op de als bijlage bij het proces-verbaal wederrechtelijk verkregen voordeel gevoegde foto 15, waarop 31 opgestapelde lege potten in een opberghok te zien zijn, op foto 16, waarop groene resten van kennelijk recent hennepafval te zien zijn, en op de overeenkomsten tussen beide ruimtes.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Het hof volgt de advocaat-generaal niet, nu naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend is kunnen komen vast te staan of en zo ja hoeveel hennepplanten er in de ten laste gelegde periode in ‘kweekruimte 2’ hebben gestaan.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2021.
mr. J.W.P. van Heusden en mr. B.A.A. Postma zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.