Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte was veroordeeld voor het gebruik van valse documenten, namelijk valse salarisspecificaties en een valse werkgeversverklaring, om een woning te huren. De rechtbank had een gevangenisstraf van zes weken opgelegd, waarvan het hof het vonnis vernietigde en een hogere straf oplegde.
De verdachte had de valse documenten aan een makelaar verstrekt, waardoor de eigenaar de woning verhuurde. In de woning werd een hennepkwekerij aangetroffen die ernstige schade veroorzaakte, waardoor de eigenaar werd gedupeerd. Het hof achtte het feit ernstig vanwege het vertrouwen dat in het economisch verkeer op documenten moet kunnen worden gesteld en de gevolgen van de valse voorstelling van zaken.
Hoewel de verdediging persoonlijke omstandigheden aanvoerde, zoals het feit dat verdachte dak- en thuisloos was geweest en zich nu inzet als vrijwilliger, zag het hof geen reden tot strafmatiging. Wel werd de overschrijding van de redelijke termijn erkend, waardoor de straf werd gematigd van tien weken naar acht weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het hof bevestigde het overige van het vonnis en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht. De straf is opgelegd op grond van de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.