ECLI:NL:GHAMS:2021:2661
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot onderbewindstelling en mentorschap wegens herstel betrokkene
Betrokkene, geboren in 1926, werd na een zorgelijke situatie thuis opgenomen in het ziekenhuis en vervolgens in verpleeghuizen van Evean geplaatst. De kantonrechter stelde haar goederen onder bewind en stelde een mentorschap in op verzoek van Evean vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand.
In hoger beroep betwistte betrokkene dat zij niet in staat was haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen en stelde dat zij na revalidatie hersteld was en wilsbekwaam om medische beslissingen te nemen. De bewindvoerder voerde aan dat betrokkene haar bankzaken niet zelfstandig regelde en dat grote geldopnames door een derde zonder overleg plaatsvonden.
Het hof oordeelde dat ten tijde van de kantonrechterlijke beschikkingen de gronden voor onderbewindstelling en mentorschap aanwezig waren, maar dat betrokkene inmiddels cognitief en lichamelijk was verbeterd. De behandelend arts achtte mentorschap niet langer noodzakelijk. Het hof vond onvoldoende grond om het bewind voort te zetten, mede gezien de steun die betrokkene ontvangt van een derde en haar kerkgemeenschap.
Daarom werden de verzoeken tot onderbewindstelling en mentorschap afgewezen en de eerdere beschikkingen vernietigd voor zover deze daarop betrekking hadden. De bewindvoerder kreeg opdracht tot afrekening en verantwoording binnen twee maanden. De overige beschikkingen werden bekrachtigd.
Uitkomst: Verzoeken tot onderbewindstelling en mentorschap werden afgewezen wegens herstel van betrokkene.