Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de vader), advocaat:
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 17 augustus 2021 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [kind 1] en [kind 2]. De kinderen zijn sinds oktober 2019 uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over hun ontwikkeling en veiligheid. De moeder oefent het gezag uit, de vader heeft de kinderen niet erkend.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling op 7 november 2021. De moeder en vader verzetten zich tegen de verlenging, pleitten voor een spoedige terugplaatsing, waarbij de moeder de kinderen gefaseerd zou opnemen. De GI en hulpverleners stelden dat de terugplaatsing zorgvuldig en geleidelijk moet verlopen vanwege de complexe zorgbehoeften en traumatische ervaringen van de kinderen.
Het hof oordeelde dat verlenging noodzakelijk is voor beide kinderen. Voor [kind 1] is een gefaseerde terugplaatsing gepland, te beginnen met 2,5 dag per week bij de moeder, met opvang in een netwerkpleeggezin of pleeggezin voor de overige dagen. Voor [kind 2] is verlenging tot 7 november 2021 noodzakelijk omdat hechting aan de moeder nog beperkt is en de thuisplaatsing van [kind 1] eerst succesvol moet verlopen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd en de eerdere beschikking van de kinderrechter vernietigd.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van beide kinderen wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 7 november 2021 met een gefaseerde terugplaatsing bij de moeder.