Uitspraak
mr. M.P.W. Lemstra, kantoorhoudende te Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
CNH Industrial N.V. en CNHI DM Holdings N.V. hebben bij de voorzitter van de Ondernemingskamer een verzoek ingediend tot goedkeuring van de aanwijzing van een accountant en een plaatsvervangend accountant voor het onderzoek en de verklaring in het kader van een voorgenomen juridische afsplitsing.
De afsplitsing betreft het overgaan van een afgesplitst deel van het vermogen van CNH Industrial naar CNHI DM, waarbij CNHI DM als verkrijgende vennootschap fungeert. De aandelen van CNH Industrial zijn genoteerd aan beurzen in New York en Milaan, en na de afsplitsing zullen de aandelen van CNHI DM aan de Borsa Italiana worden genoteerd.
De voorzitter overweegt dat het verzoek zich uitsluitend richt op de goedkeuring van de aanwijzing van dezelfde persoon als accountant voor het onderzoek en de verklaring zoals bedoeld in artikel 2:334aa lid 2 BW, een kapitaalbeschermingsvoorschrift dat alleen ziet op het vermogen van de voortbestaande splitsende vennootschap. De verklaring hoeft niet door zowel de splitsende als verkrijgende vennootschap te worden afgelegd. Daarom is er geen grond voor goedkeuring van de aanwijzing van dezelfde accountant voor beide vennootschappen.
Hierdoor wordt het verzoek niet ontvankelijk verklaard. De beschikking is uitgesproken door de voorzitter van de Ondernemingskamer, mr. A.W.H. Vink, op 13 september 2021.
Uitkomst: Verzoeksters worden niet ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot goedkeuring van de aanwijzing van dezelfde accountant.