ECLI:NL:GHAMS:2021:2743
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling kind wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van zijn minderjarige kind op circa 15 september 2019. De tenlastelegging betrof het slaan, stompen en duwen van het kind, waardoor het ten val kwam.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs opnieuw gewogen. De verdachte stelde dat de moeder van het kind het slachtoffer beïnvloedde door instructies te geven om te verklaren dat verdachte mishandeling had gepleegd. Hoewel dit niet expliciet in het politierapport werd bevestigd, bleek uit verklaringen dat het kind mogelijk beïnvloed was. Daarnaast was er geen zichtbaar letsel vastgesteld en bestond het belastende bewijs voornamelijk uit verklaringen van het slachtoffer en de ex-partner van verdachte.
Gezien de twijfel over de betrouwbaarheid van het bewijs en het ontbreken van objectief letsel, oordeelde het hof dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Het hof sprak verdachte daarom vrij van de tenlastelegging. Het hof sprak geen oordeel uit over de waarheidsgetrouwheid van getuigenverklaringen, maar benadrukte dat de feiten onvoldoende vaststonden voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.