ECLI:NL:GHAMS:2021:2743

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 juni 2021
Publicatiedatum
20 september 2021
Zaaknummer
23-004528-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mishandeling kind wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling van zijn minderjarige kind op circa 15 september 2019. De tenlastelegging betrof het slaan, stompen en duwen van het kind, waardoor het ten val kwam.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs opnieuw gewogen. De verdachte stelde dat de moeder van het kind het slachtoffer beïnvloedde door instructies te geven om te verklaren dat verdachte mishandeling had gepleegd. Hoewel dit niet expliciet in het politierapport werd bevestigd, bleek uit verklaringen dat het kind mogelijk beïnvloed was. Daarnaast was er geen zichtbaar letsel vastgesteld en bestond het belastende bewijs voornamelijk uit verklaringen van het slachtoffer en de ex-partner van verdachte.

Gezien de twijfel over de betrouwbaarheid van het bewijs en het ontbreken van objectief letsel, oordeelde het hof dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Het hof sprak verdachte daarom vrij van de tenlastelegging. Het hof sprak geen oordeel uit over de waarheidsgetrouwheid van getuigenverklaringen, maar benadrukte dat de feiten onvoldoende vaststonden voor een veroordeling.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004528-19
datum uitspraak: 28 juni 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 december 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-221735-19 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag 1] 1970,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 15 september 2019 te Amsterdam zijn kind, te weten [kind] (geboren op [geboortedag 2] 2011), heeft mishandeld door (met kracht) in/op/tegen de borst/buik te slaan en/of te stompen en/of tegen het lichaam van die [kind] te duwen (waardoor hij ten val kwam).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf
als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Verdachte heeft verklaard dat de moeder van het slachtoffer in het bijzijn van de politie aan het slachtoffer instructies gaf. Zij zei tegen haar zoon, aldus de verdachte, dat hij tegen de politie moest zeggen dat zijn vader hem had geslagen.
Deze stelling van de verdachte wordt niet bevestigd in de verslaglegging van de politie in het betreffende proces-verbaal. Wel blijkt uit dit proces-verbaal dat de moeder van het slachtoffer tegen de politie zegt dat het slachtoffer de klappen opvangt, net voordat het slachtoffer zijn eerste verklaring aflegt. Daar komt bij dat uit de verklaring van getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris blijkt dat het slachtoffer kort na het incident in een andere setting niet meer wist te vertellen waar zijn buikpijn door was veroorzaakt. [getuige] heeft verklaard dat het slachtoffer tegen hem heeft gezegd dat zijn vader hem stevig had beetgepakt, dat hij in een worsteling op de bank werd gegooid, dat hij pijn had in zijn buik en dat hij geschrokken was. Op de vraag hoe hij aan de buikpijn kwam, antwoordde het slachtoffer dat het allemaal zo snel gebeurde en dat hij het niet meer wist. Al met al is het hof van oordeel dat, mede gelet op de context waarbinnen dit alles zich heeft afgespeeld, er teveel twijfel bestaat of het slachtoffer beïnvloed is geraakt door de verklaringen van zijn moeder voordat hij de politie te woord stond. Nu ook geen (zichtbaar) letsel bij het slachtoffer is geconstateerd en het belastende bewijs alleen wordt gevormd door voornoemde verklaringen van het slachtoffer en de ex-partner van de verdachte, zal het hof de verdachte vrij spreken van het tenlastegelegde.
Ten overvloede overweegt het hof dat het hof met deze uitspraak geen oordeel uitspreekt ten aanzien van de vraag of getuigen in deze zaak bewust onwaarheden hebben verteld, maar slechts dat er over het verloop van de feiten teveel twijfel bestaat om tot een strafrechtelijke bewezenverklaring te komen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 juni 2021.