Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2021:2773

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 september 2021
Publicatiedatum
24 september 2021
Zaaknummer
000417-21 en 000416-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9a SrArt. 530 SvArt. 533 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na toepassing ISD-maatregel afgewezen behalve kosten rechtsbijstand

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 en Pro 533 Sv tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak waarin hij veroordeeld werd voor diefstal en wederrechtelijk binnendringen. Kort daarvoor was aan verzoeker in een andere strafzaak een ISD-maatregel opgelegd, waardoor het hof toepassing gaf aan artikel 9a Sr, wat de toekenning van schadevergoeding voor de ondergane verzekering uitsloot.

Het hof beoordeelde het verzoek en concludeerde dat er geen billijkheidsgronden waren om de gevorderde schadevergoeding toe te kennen. Wel werden billijkheidsgronden gevonden voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure zelf, tot een bedrag van €680.

De beschikking werd op 21 september 2021 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam. De vergoeding van €680 werd toegewezen en de overige verzoeken werden afgewezen. De beschikking werd onverwijld betekend aan verzoeker.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding afgewezen wegens ISD-maatregel, wel vergoeding van kosten rechtsbijstand toegekend.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000417-21 (530 Sv) en 000416-21 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-003816-19
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. B.A.C. van Tuinen,
[adres].

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 17 mei 2021 ingekomen.
Op 28 mei 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 7 september 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 315,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

De zaak is geëindigd bij arrest van dit hof van 21 april 2021 waarbij verzoeker is veroordeeld voor diefstal en het wederrechtelijk binnendringen van een besloten lokaal. Verzoeker had kort voor de behandeling van deze zaak in een andere strafzaak een ISD-maatregel opgelegd gekregen. Het hof heeft dan ook toepassing gegeven aan artikel 9a Sr.
Ad a
Gelet op het voorgaande acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer.
Ad b
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 680,00 (zeshonderdtachtig euro).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin
zitting hadden mrs. F.A. Hartsuiker, L.I.M. van Bergen en N.C. Laatsch, in tegenwoordigheid van mr.
M.E. de Waard als griffier, is bij ontstentenis van de voorzitter ondertekend door de oudste
raadsheer en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 21 september 2021.
De oudste raadsheer beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 680,00 (zeshonderdtachtig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 20 september 2021,
mr. L.I.M. van Bergen, oudste raadsheer.