ECLI:NL:GHAMS:2021:2776
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na onherroepelijke vrijspraak
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand gemaakt in verband met een strafzaak waarin hij onherroepelijk is vrijgesproken.
De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a Sr, omdat niet is komen vast te staan dat verzoeker voorwaardelijk opzet had op het gebruik of bezit van een valse exploitatievergunning. Hoewel de vergunning onttrokken was aan het verkeer, stond dit niet aan de ontvankelijkheid van het verzoek tot vergoeding in de weg.
Het hof beoordeelde de ingediende urenstaten en matigde de vergoeding voor een bespreking na de vrijspraak, omdat deze niet direct verband hield met de strafzaak. Uiteindelijk werd een vergoeding van €19.567,89 toegekend, bestaande uit kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak en de verzoekschriftprocedure.
De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 september 2021 en de betaling werd bevolen.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €19.567,89 voor kosten rechtsbijstand na onherroepelijke vrijspraak.