Op 7 juni 2020 heeft de verdachte opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, bijna vijf kilo, binnen het grondgebied van Nederland gebracht via luchthaven Schiphol. Deze hoeveelheid was bestemd voor verdere verspreiding en handel, wat een ernstige bedreiging vormt voor de volksgezondheid en de samenleving.
De rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachte tot 36 maanden gevangenisstraf. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank wegens onoverzichtelijke motiveringen, maar kwam tot dezelfde bewezenverklaring en strafoplegging. De verdediging voerde in hoger beroep een strafmaatverweer aan, waarbij werd gewezen op de ernstige ziekte van de vader en de slechte gezondheid van de moeder van de verdachte, alsmede op een reclasseringsadvies dat impulsiviteit en verminderde weerbaarheid signaleerde.
Het hof achtte deze omstandigheden onvoldoende zwaarwegend om af te wijken van de onderkant van de oriëntatiepunten voor de strafmaat, die voor deze hoeveelheid cocaïne een gevangenisstraf van 36 tot 38 maanden voorschrijven. Ook werd meegewogen dat de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld is voor een overtreding van de Opiumwet en dat hij zich kennelijk gemakkelijk heeft laten verleiden tot het handelen.
Het hof veroordeelde de verdachte tot 36 maanden gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 februari 2021.