ECLI:NL:GHAMS:2021:2800
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid notaris voor niet meenemen verblijvensbeding in testament
In deze zaak staat centraal of een notaris aansprakelijk is voor het niet meenemen van een verblijvensbeding uit een samenlevingsovereenkomst bij het opstellen van een testament. [A] en [geïntimeerde] hadden een woning in gezamenlijk eigendom en een samenlevingsovereenkomst met een verblijvensbeding. In 2017 stelde [A] een testament op waarin haar familie tot erfgenaam werd benoemd, zonder rekening te houden met het verblijvensbeding. Na het overlijden van [A] werd de woning volledig eigendom van [geïntimeerde] door toepassing van het verblijvensbeding, waardoor het aandeel van [A] niet tot haar nalatenschap behoorde.
De erfgenamen, vertegenwoordigd door [appellante], stelden de notaris aansprakelijk wegens een beroepsfout en vorderden schadevergoeding. Ook werd [geïntimeerde] aangesproken om alsnog de helft van de woningwaarde aan de erfgenamen te voldoen. De rechtbank wees deze vorderingen af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de notaris weliswaar tekortgeschoten was door het verblijvensbeding niet te bespreken, maar dat dit niet heeft geleid tot schade voor de erfgenamen omdat niet aannemelijk is dat afstand van het verblijvensbeding zou zijn gedaan.
Het hof stelde dat het testament het verblijvensbeding niet opzij zet en dat [geïntimeerde] zijn recht op het verblijvensbeding niet heeft verwerkt of afstand van heeft gedaan. De vorderingen tegen de notaris en [geïntimeerde] worden afgewezen. De erfgenamen worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de erfgenamen tegen de notaris en partner af wegens ontbreken van causaal verband en geldigheid verblijvensbeding.