ECLI:NL:GHAMS:2021:2880
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot omgang met zijn kind wegens ernstig nadeel voor ontwikkeling
Het geschil betreft het verzoek van de vader om omgang met zijn dochter, die sinds 2018 geen omgang meer heeft met hem. De vader vraagt om een omgangsregeling die begeleid wordt door een gezinsvoogd en tevens om informatie over het welzijn van zijn dochter. De moeder verzet zich tegen omgang vanwege de negatieve effecten op het kind en haar eigen draagkracht.
De feiten tonen een langdurige en complexe situatie met ondertoezichtstelling van het kind sinds 2014, diverse omgangsregelingen en uiteindelijk ontzegging van omgang in 2018. De vader erkent fouten uit het verleden maar stelt dat hij zijn leven heeft gebeterd en nu een stabiele situatie biedt. De moeder benadrukt het belang van rust voor het kind, die kampt met ADHD, ASS, een verstandelijke beperking en traumagerelateerde klachten.
Het hof overweegt dat omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke ontwikkeling van het kind en dat de vader kennelijk ongeschikt is voor omgang, mede gelet op zijn gedragsgeschiedenis en het ontbreken van inzicht in zijn eigen gedrag. De wens van de vader tot omgang is begrijpelijk, maar het belang van het kind en de noodzaak tot bescherming van haar welzijn prevaleren. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking die omgang ontzegt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot omgang met zijn dochter af en bekrachtigt het ontzeggen van omgang wegens ernstig nadeel voor haar geestelijke ontwikkeling.