ECLI:NL:GHAMS:2021:2937

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2021
Publicatiedatum
11 oktober 2021
Zaaknummer
23-000599-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van voldoende bewijs voor deelname aan overval

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Amsterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De verdachte werd beschuldigd van betrokkenheid bij een poging tot diefstal met geweld, vrijheidsberoving en mishandeling tijdens een overval op een woning in Amsterdam op 13 april 2019.

De verdachte werd bij de voordeur van de woning aangehouden, kort nadat de woning was binnengevallen door medeverdachten. Hij verklaarde dat hij op geschreeuw afliep en werd aangehouden voordat hij de woning betrad. Het hof stelde vast dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht had geleverd aan de overval of dat hij op de hoogte was van de overval.

De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van vier jaar geëist, maar het hof volgde dit niet. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2021.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan de overval.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000599-20
Datum uitspraak: 23 maart 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 februari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-090173-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1988,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
9 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft partieel hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, te weten voor zover hij niet is vrijgesproken van het onder 2. tenlastegelegde.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging – en voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
Primair:
hij op of omstreeks 13 april 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of aan een derde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (bij de woning) heeft opgewacht en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woning binnen te dwingen en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of stompen en/of te trappen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zodanig vast te binden dat hij/zij van zijn/hun vrijheid werd(en) beroofd
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
en/of
hij op of omstreeks 13 april 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld te dwingen tot de afgifte van enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of aan een derde toebehoorde
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (bij de woning) heeft opgewacht en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woning binnen te dwingen en/of
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of stompen en/of te trappen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zodanig vast te binden dat hij/zij van zijn/hun vrijheid werd(en) beroofd
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden
hij op of omstreeks 13 april 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (bij de woning) op te wachten en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de woning binnen te dwingen en/of
- de handen en/of voeten die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vast te binden;
meer subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht leiden,
hij op of omstreeks 13 april 2019 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld door
- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meerdere malen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of stompen en/of trappen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] vast te binden;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld voor het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van het voorarrest.

Vrijspraak

De verdachte is met de medeverdachte [medeverdachte 1] vanuit Albanië naar Duitsland gegaan en is vanuit Duitsland met een gehuurde auto naar Nederland gereden. De verdachte is door de politie aangehouden bij de voordeur van de woning, die kort daarvoor was binnengevallen door de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. De verdachte heeft verklaard dat hij op geschreeuw in de woning afliep en dat hij werd aangehouden voordat hij de woning echt kon betreden.
Gelet op het bovenstaande, en nu verder niet is gebleken dat de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan de overval en ook niet dat de verdachte in enige mate op de hoogte was, of had moeten zijn, van de overval op de woning, kan het hof niet meer vaststellen dan dat de verdachte bij de voordeur is aangehouden. Naar het oordeel van het hof is aldus niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor – zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. M. Jurgens en mr. D. Radder, in tegenwoordigheid van mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 maart 2021.
=========================================================================
[…]