Uitspraak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van witwassen van circa €5.582,01 afkomstig van drie overboekingen van de rekening van de benadeelde. Het openbaar ministerie had een vermoeden van witwassen op grond van de overboekingen, waarbij de verdachte werd verdacht het geld wederrechtelijk te hebben verkregen.
De verdachte verklaarde dat zij recht had op de betalingen vanwege openstaande vorderingen voor verleende zorg aan de benadeelde. Zij overlegde urenoverzichten en facturen ter onderbouwing. Tevens verklaarde zij dat de benadeelde haar had gezegd dat zij de bedragen mocht houden voor haar werkzaamheden.
Het hof oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Er kon niet worden vastgesteld dat de verdachte geen recht had op het geld of dat zij het wederrechtelijk onder zich hield. Daarom werd zij vrijgesproken van het ten laste gelegde witwassen.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig was verklaard aan het ten laste gelegde handelen. Het hof bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens ontbreken van bewijs dat zij geen recht had op de ontvangen betalingen.