ECLI:NL:GHAMS:2021:2956
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verdeling huwelijksgoederengemeenschap en taxatie appartementsrecht
Partijen zijn in 2008 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 2015 gescheiden. De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, met name over het appartementsrecht aan de [A-straat] te [plaats B], de hypothecaire geldlening en de kapitaalverzekering.
De vrouw stelt dat de waarde van het appartement hoger is dan door de rechtbank vastgesteld en vordert betaling van de helft van de overwaarde door de man. De man betwist deze waarde en voert aan dat de door de vrouw gebruikte referentiepanden niet vergelijkbaar zijn. Het hof oordeelt dat er onvoldoende gegevens zijn om de waarde per peildatum vast te stellen en overweegt een deskundige te benoemen.
Verder speelt de draagplicht voor een schuld uit een persoonsgebonden budget (PGB). De man verzoekt vernietiging van het vonnis voor dit onderdeel en stelt dat alleen de vrouw draagplichtig is. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor nadere informatie over het schuldsaneringstraject van de vrouw en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlatingen over schuldsanering en waardering van het appartement.