ECLI:NL:GHAMS:2021:2960
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling draagplicht huwelijkschuld na ontbinding gemeenschap van goederen
Partijen zijn in 1994 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 2020 gescheiden. De vrouw kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank die bepaalde dat zij en de man ieder voor de helft draagplichtig zijn voor een lening van Qredits.
De vrouw stelde dat de schuld deels verknocht was aan de man omdat zij de kredietovereenkomst niet had ondertekend en haar handtekening vervalst zou zijn. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende bewijs leverde van de echtheid van de handtekening, maar dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot verknochtheid leidden. De schuld valt derhalve in de huwelijksgemeenschap.
Verder stelde de vrouw dat zij niet voor de helft van de gehele schuld draagplichtig moest zijn, omdat een deel van het krediet was aangewend voor niet-gemeenschappelijke lasten. Het hof vond dat zij onvoldoende had onderbouwd dat van de hoofdregel van gelijke draagplicht mocht worden afgeweken.
Het hof bepaalde dat de vrouw gehouden is tot betaling van de helft van de schuld van € 15.000,- plus de helft van de rente, en dat de man een bedrag van € 2.359,61 aan de vrouw moet voldoen ter verrekening van het saldo op de ondernemersrekening. De overige verzoeken van de vrouw werden afgewezen.
Uitkomst: De vrouw is voor de helft draagplichtig voor de schuld aan Qredits en de man dient € 2.359,61 aan haar te betalen ter verrekening.