ECLI:NL:GHAMS:2021:2986
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen wijziging zorgregeling minderjarige in hoger beroep bevestigd
In deze zaak staat de zorgregeling voor een minderjarige centraal, waarbij de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen en de hoofdverblijfplaats bij de moeder is. De rechtbank had in maart 2019 een ruime zorgregeling vastgesteld, waarin de omgang met de vader, die als reisleider regelmatig voor zijn werk in het buitenland verblijft, was geregeld.
De moeder kwam in hoger beroep met het verzoek de zorgregeling aan te passen, onder meer omdat zij vond dat de regeling onrustig was voor de minderjarige en onvoldoende rekening hield met haar privacy en sociale ontwikkeling. De vader verzocht de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen, stellende dat de regeling in het belang van het kind was en dat hij voldoende zorg besteedde.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens om de beschikking te bekrachtigen, benadrukkend dat het kind baat heeft bij een ruime zorgregeling en contact met beide ouders. Het hof overwoog dat de omstandigheden waren gewijzigd, maar dat de bestaande regeling nog steeds het belang van de minderjarige diende. De bezwaren van de moeder waren onvoldoende onderbouwd en de reisafstand tussen de woonplaatsen van de ouders belemmert de ontwikkeling van het kind niet.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de moeder af, met het oog op het belang van het kind en de continuïteit van de zorgregeling. Tevens werd overwogen dat toekomstige ontwikkelingen, zoals de overgang naar de middelbare school en de puberteit, niet vooruitlopend konden worden meegenomen in deze beslissing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling zoals vastgesteld door de rechtbank en wijst het verzoek tot wijziging af.