ECLI:NL:GHAMS:2021:3021
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging huurrecht echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn in 2016 gehuwd en inmiddels gescheiden, waarbij de echtscheiding nog niet is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De vrouw verzoekt het huurrecht van de echtelijke woning aan haar toe te kennen, terwijl de man dit recht reeds heeft gekregen bij beschikking van de rechtbank.
De vrouw stelt dat zij minder zelfredzaam is dan de man, geen netwerk heeft en niet in aanmerking komt voor urgentieverklaring, terwijl de man een nieuw netwerk en woonruimte heeft geregeld. De man betwist dit en wijst op zijn langdurige verblijf in Nederland, het ontbreken van alternatieve woonruimte en de zelfredzaamheid van de vrouw.
Het hof overweegt dat beide partijen belang hebben bij het huurrecht, maar dat het belang van de man zwaarder weegt vanwege zijn langdurige verblijf, het ontbreken van duidelijkheid over het perspectief van de vrouw in Turkije en Nederland, en zijn beperkte financiële mogelijkheden. De mishandeling is niet vastgesteld. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het schorsingsverzoek van de vrouw af.
Uitkomst: Het huurrecht van de echtelijke woning wordt toegewezen aan de man, en het schorsingsverzoek van de vrouw wordt afgewezen.