ECLI:NL:GHAMS:2021:3023
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing uitvoerbaarheid machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de moeder tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een beschikking tot machtiging uithuisplaatsing van haar dochter [kind A] bij de vader. De kinderrechter had eerder deze machtiging verleend wegens ernstige zorgen over de veiligheid en opvoedsituatie bij de moeder.
De moeder betwist de beschuldigingen van mishandeling en stelt dat het kind veilig bij haar kan verblijven met passende hulpverlening. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming onderbouwen het belang van de uithuisplaatsing met meerdere meldingen van mishandeling en een problematische thuissituatie bij de moeder.
Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat het kind momenteel beter functioneert bij de vader. Het is onduidelijk of de verklaringen van het kind over mishandeling waar zijn, maar ook indien onwaar, is nader onderzoek en hulpverlening noodzakelijk. Daarom wordt het verzoek tot schorsing afgewezen en blijft de machtiging tot uithuisplaatsing van kracht totdat de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind A] is afgewezen.