Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor poging tot doodslag met een machete. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, inclusief de oplegging van 14 maanden jeugddetentie en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, met aanvullingen en verbeteringen in de strafmotivering.
Het hof schrapt twee bewijsmiddelen die door de rechtbank waren gebruikt, maar acht het bewezenverklaarde feit verminderd toerekenbaar op basis van adviezen van psychiater en psycholoog. Een verzoek van de verdediging tot nader onderzoek naar een voorwaardelijke PIJ-maatregel wordt afgewezen, omdat deskundigen unaniem een onvoorwaardelijke maatregel noodzakelijk achten.
De vader van het slachtoffer had een schadevergoeding van €10.000,- gevorderd wegens shockschade, maar het hof verklaart deze vordering niet-ontvankelijk omdat het vereiste geestelijk letsel niet voldoende is vastgesteld. De vader kan deze vordering alleen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam op 7 oktober 2021.