De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 10 april 2019 te Amsterdam, op de Arena Boulevard, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen politieambtenaren door het gooien van vuurwerk, flessen en stenen. In eerste aanleg sprak de politierechter hem vrij wegens onvoldoende bewijs.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de verklaring van verdachte niet als bewijs kan worden gebruikt omdat zijn consultatierecht was geschonden; hij had voorafgaand aan het verhoor geen advocaat mogen spreken ondanks dat hij dit wenste. Ook was het proces-verbaal van bevindingen van 11 april 2019 niet op ambtseed opgemaakt, maar dit gebrek werd deels hersteld door een latere verklaring.
De waarnemingen van een verbalisant die de verdachte op slechts twee meter afstand zag een steen gooien naar een ME-voertuig acht het hof betrouwbaar. Het bewijs is daarmee voldoende om de tenlastelegging bewezen te verklaren. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, waarvan de uitvoering voorwaardelijk wordt opgelegd, mede gelet op zijn jeugdige leeftijd, het eenmalige karakter van het incident en zijn schone strafblad.