In deze zaak heeft klager beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat inzake een klacht tegen een kandidaat-notaris. De klacht betrof het vermeende onzorgvuldig handelen van de kandidaat-notaris bij het doorhalen van een hypotheek en het gebruik van een royementsvolmacht die onder druk zou zijn gegeven.
De feiten betreffen de verkoop van een monumentaal pand in 2015, waarbij meerdere hypotheken en beslagen rustten, waaronder een hypotheek ten gunste van de ex-echtgenote van klager. De ex-echtgenote verleende een royementsvolmacht met aanvullende handgeschreven voorwaarden en bezwaren. De levering van het pand werd uitgesteld en in december 2015 werd de hypotheek doorgehaald door een akte van de oud-notaris.
De kandidaat-notaris trad vanaf september 2018 als zware waarnemer op bij het kantoor van de oud-notaris. Klager verwijt de kandidaat-notaris nalatigheid en onjuiste voorlichting over de situatie op kantoor. Het hof oordeelt dat de klacht ontvankelijk is omdat de kandidaat-notaris als waarnemer aan het tuchtrecht onderworpen blijft. De klacht wordt echter ongegrond verklaard omdat de kandidaat-notaris tijdig en adequaat heeft gereageerd en klager geen steekhoudende tegenargumenten heeft aangedragen.
Het hof bevestigt daarmee de eerdere beslissing van de kamer voor het notariaat en verklaart de klacht ongegrond.