ECLI:NL:GHAMS:2021:3179
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens verduistering in dienstbetrekking ondanks termijnoverschrijding
De verdachte werd door de rechtbank Amsterdam veroordeeld voor verduistering in dienstbetrekking over de periode van 1 september 2008 tot en met 31 december 2009. Tevens werd hem een betalingsverplichting van €210.000 opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam. Tijdens de behandeling in hoger beroep stelde de raadsman dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat volgens hem invloed zou moeten hebben op de hoogte van de betalingsverplichting.
Het hof stelde vast dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden, aangezien het hoger beroep op 6 april 2018 werd ingesteld en het arrest pas op 6 oktober 2021 werd gewezen. Desondanks oordeelde het hof dat deze termijnoverschrijding geen aanleiding gaf om de betalingsverplichting te verlagen, omdat deze overschrijding al in het voordeel van de verdachte was meegewogen bij de strafoplegging.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en de betalingsverplichting van €210.000 aan de Staat. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 oktober 2021.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling en de betalingsverplichting van €210.000 ondanks de overschrijding van de redelijke termijn.