ECLI:NL:GHAMS:2021:3187
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij lichte duw tegen schouder
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor mishandeling wegens een incident op straat waarbij de aangever een gebroken heup opliep. De aangever en getuige verklaarden verschillend over de toedracht; de aangever sprak aanvankelijk over een vuistslag, later over een lichte duw tegen de schouder. Verdachte en getuige bevestigden dat verdachte slechts een lichte duw gaf om de aangever tegen te houden.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte opzettelijk pijn of letsel heeft toegebracht. De lichte duw werd niet als opzettelijk schadelijk handelen gezien, noch was er sprake van bewust aanvaarden van een aanmerkelijke kans op letsel. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van mishandeling.
De benadeelde partij had een schadevordering ingediend, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en bepaalde dat partijen hun eigen kosten dragen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van bewijs voor opzet en het onderscheid tussen een lichte aanraking en mishandeling in strafrechtelijke zin.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van mishandeling wegens ontbreken van opzet bij het geven van een lichte duw.