ECLI:NL:GHAMS:2021:3268

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 november 2021
Publicatiedatum
1 november 2021
Zaaknummer
23-001908-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVWArt. 6 WVWArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak voor overtreding artikelen 5 en 6 Wegenverkeerswet

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor overtreding van de artikelen 5 en 6 van de Wegenverkeerswet. De rechtbank Amsterdam sprak verdachte vrij op 20 augustus 2020. Het Openbaar Ministerie ging hiertegen in hoger beroep en vorderde een geldboete van €1.000,- of 20 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee maanden met een proeftijd van twee jaar.

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 1 november 2021 het hoger beroep behandeld en heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd. Het hof vond geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank en sprak de verdachte opnieuw vrij van de tenlastegelegde feiten.

De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters. Eén van hen was verhinderd het arrest te ondertekenen. De uitspraak is gedaan in een openbare terechtzitting en het arrest is op 1 november 2021 uitgesproken.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak van verdachte voor overtreding van artikelen 5 en 6 van de Wegenverkeerswet.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001908-20
datum uitspraak: 1 november 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 augustus 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-029457-18 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974,
adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van €1.000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot een ander oordeel dan de rechtbank, zodat het hof zich verenigt met het vonnis waarvan beroep en dit derhalve zal bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. A.M. Kengen en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
1 november 2021.
Mr. M. Gonggrijp-van Mourik is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
=========================================================================
[…]