ECLI:NL:GHAMS:2021:328
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid hennepteelt en diefstal elektriciteit wegens onvoldoende bewijs
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam inzake medeplichtigheid aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De verdachte werd ervan beschuldigd betrokken te zijn bij een hennepplantage en het illegaal aftappen van elektriciteit in een woning te Amsterdam.
Tijdens het onderzoek en de zitting bleek dat de verdachte formeel hoofdbewoonster was van de woning waar de hennepplantage werd aangetroffen, maar dat er onduidelijkheid bestond over haar daadwerkelijke verblijf en betrokkenheid. Een medebewoonster verklaarde aanvankelijk dat verdachte hielp met knippen, maar herzag deze verklaring later onder ede, mede vanwege persoonlijke conflicten.
De verdachte ontkende betrokkenheid en gaf aan al enkele maanden voor de vondst uit de woning te zijn vertrokken. Het hof vond dat de stukken en verklaringen onvoldoende aanknopingspunten boden om met zekerheid vast te stellen dat verdachte op de hoogte was van de hennepplantage of betrokken was bij de diefstal van elektriciteit.
Gelet op het ontbreken van overtuigend bewijs sprak het hof de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waarbij het principe in dubio pro reo werd toegepast.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit wegens onvoldoende bewijs.