ECLI:NL:GHAMS:2021:3381
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij vader
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige dochter [kind B] bij de vader. De moeder voert aan dat zij in staat is om voor [kind B] te zorgen en dat de thuissituatie veilig is. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stellen dat het verblijf bij de vader noodzakelijk is vanwege de veiligheid en stabiliteit die hij biedt.
Het hof overweegt dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk was voor de periode van 16 mei 2021 tot 16 september 2021. Dit vanwege langdurige zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, een ontwikkelingsachterstand en hechtingsproblematiek bij [kind B], die bij de vader is ingelopen. De moeder heeft geen belang meer bij de beoordeling van de uithuisplaatsing na 16 september 2021, omdat de hoofdverblijfplaats dan bij de vader is vastgesteld.
Het hof wijst het beroep van de moeder af en bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De belangen van [kind B] bij een veilige en stabiele opvoedomgeving bij haar vader wegen zwaarder dan het belang van de moeder bij terugplaatsing in de bestreden periode.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind B] bij de vader tot 16 september 2021 wordt bekrachtigd.