ECLI:NL:GHAMS:2021:3401
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vergoeding schade en kosten na onterechte verzekering en sepot
Verzoeker stelde een schadevergoeding en kostenvergoeding voor rechtsbijstand en procedures voor na een strafzaak die eindigde in een sepot wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank had verzoeker niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een ondertekend verzoekschrift. In hoger beroep werd dit verzuim hersteld door overleg van een ondertekend exemplaar, waardoor verzoeker ontvankelijk werd verklaard.
Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de verzekering en voorlopige hechtenis, rechtsbijstandskosten in de strafzaak, alsmede de kosten voor rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedures in eerste aanleg en hoger beroep. Vanwege gelijktijdig indienen van twee verzoekschriften in eerste aanleg werd slechts één forfaitaire vergoeding toegekend.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof kende een totale vergoeding van € 3.184,93 toe, bestaande uit € 105,00 voor verzekering en voorlopige hechtenis en € 3.079,93 voor rechtsbijstandskosten. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoeker wordt ontvankelijk verklaard en ontvangt een vergoeding van € 3.184,93 voor verzekering, rechtsbijstand en procedurekosten.