De rechtbank had het ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen beëindigd en de GI tot voogd benoemd. In hoger beroep onderzoekt het hof of dit terecht is.
Uit een deskundigenrapport blijkt dat beide kinderen zijn opgegroeid in een onveilige en instabiele situatie. Kind 2 verblijft sinds 2019 in een pleeggezin en ontwikkelt zich daar goed, terwijl kind 1 gedragsproblemen vertoont en sinds december 2020 weer bij de ouders woont met intensieve begeleiding.
Het hof oordeelt dat de gezagsbeëindiging over kind 2 terecht is vanwege zijn kwetsbaarheid en de positieve ontwikkeling in het pleeggezin. Voor kind 1 is het gezagbeëindiging niet noodzakelijk, maar gezien de problematiek van de ouders en het kind wordt een ondertoezichtstelling uitgesproken om het gezin te ondersteunen en stabiliteit te waarborgen.
De ouders zijn liefdevol en doen hun best, maar hebben beperkte pedagogische vaardigheden door hun eigen beperkingen. De begeleiding is intensief en noodzakelijk. De oma speelt een ondersteunende rol zonder opvoedkundige taken.
Het hof bekrachtigt het gezagsverlies over kind 2, wijst het verzoek tot gezagsbeëindiging over kind 1 af en stelt kind 1 onder toezicht van een gecertificeerde instelling voor de duur van een jaar.