ECLI:NL:GHAMS:2021:3486

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2021
Publicatiedatum
12 november 2021
Zaaknummer
23-001411-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen vonnis politierechter Rotterdam met gedeeltelijke vernietiging en nieuwe strafoplegging

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter te Rotterdam van 25 juni 2020. Het hoger beroep betrof meerdere tenlasteleggingen, waarvan het hof de niet-ontvankelijkheid verklaarde voor de onderdelen onder 2 en 3.

Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de opgelegde straf betrof en legde een nieuwe straf op bestaande uit een gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van negentig uur. Daarnaast werd een hechtenis van 45 dagen opgelegd, die bij niet-naleving van de taakstraf in werking treedt.

De opgelegde gevangenisstraf is voorwaardelijk voor de duur van twee jaren, waarbij de uitvoering wordt opgeschort tenzij de verdachte binnen de proeftijd een nieuw strafbaar feit pleegt. Tevens werd bepaald dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter voor het overige, waarmee het hoger beroep deels werd toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door mr. D. Radder, in aanwezigheid van griffier mr. C. Roseboom.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een taakstraf van negentig uur en 45 dagen hechtenis.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 10-060837-20 en 22-003269-17 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-001411-21
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Den Haag, zitting houdend te Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van
13 september 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 25 juni 2020 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand en 1 (één) maand.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
90 (negentig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Gewezen door mr. D. Radder, in bijzijn van mr. C. Roseboom, griffier.
mr. D. Radder